Marokko


Zagora

Zagora

Marokko kent vele gezichten. Het ligt op het Afrikaanse continent en draagt duidelijk de sporen van een Afrikaans verleden. Het klimaat, de gevarieerde topografie, de historische band met vooral Andalusië, de koloniale Franse tijd en de nabijheid van Europa, maken dat het land ook een Europees karakter heeft.
In het verre verleden heersten de inheemse Berbers over het land. De Arabieren en moslims die Marokko vanaf de 7de eeuw bestuurden, noemden het land Maghreb el-Agsa – het Westland van de islamitische wereld. Het 710.850 km2 grote Marokko heeft bijna 29 miljoen inwoners, waarvan 40 procent jonger is dan 15 jaar. Het merendeel van deze bevolking woont aan de Atlantische kust, in het Rifgebergte en in de Hoge Atlas.

Kashba van Aït Benhaddou

Kashba van Aït Benhaddou

Koning Hassan II (1929-1999) noemde Marokko daarom ook wel een boom die wortelt in Afrika, maar met zijn bladerdek Europese lucht inademt. Het land gaat prat op een sterke traditie, maar heeft ook een hang naar de moderne wereld. Dat maakt het land tot een enorme culturele rijkdom.

Marokko bekleedt daarmee een unieke positie in de islamitische wereld. De zeer gevarieerde cultuur is gevoed door 3000 jaar geschiedenis, door verschillende etnische groepen met wortels in een ver verleden en een ligging tussen de Atlantische Oceaan in het westen, zwart Afrika in het zuiden, Europa in het noorden en de mediterrane landen in het oosten.

Klik voor een foto-indruk van deze reis op onderstaande linken:

Dag 1 t/m 4 Casablanca – Chefchaouen
Dag 5 t/m 10 Chefchaouen – Merzouga
Dag 11 t/m 19 Merzouga – Casablanca

Kashba van Aït Benhaddou

Kashba van Aït Benhaddou

Reisverslag:

We hebben op deze reis in bijna drie weken ruim 2600 kilometer afgelegd. Naast een reisverslag is hieronder ook een routekaart afgebeeld.

Dag 1 en 2 Amsterdam – Casablanca – Rabat
We vliegen laat op de avond vanuit Amsterdam, via Frankfurt, naar Marokko. Na onze aankomst op het vliegveld van Casablanca gaan we daarom snel naar ons hotel in de stad, waar we een nacht zullen blijven. Na het ontbijt de volgende ochtend gaan we een kijkje nemen bij de prachtige Hassan II-moskee die mooi aan de oceaan gelegen is.
‘Casa’, zoals de Marokkanen Casablanca noemen, is niet echt een oude stad. Er zijn mooie winkelstraten, veel restaurants en grote gebouwen. De stad heeft een moderne uitstraling.

We rijden daarna in twee uur naar de hoofdstad Rabat, waar we een zeer sfeervol koloniaal hotel in het centrum hebben. Het is schitterend om hier vanaf het terras het leven van de Marokkanen te observeren. Rabat is overigens één van de vier oude koningssteden. We gaan de medina in, de eerste die we in ons leven zullen zien, en dat is ook direct een mooie belevenis. Je kunt er ronddwalen in kronkelige steegjes, met veel goud-, zilver- en kruidenwinkeltjes, of onderhandelen in de mellah, de gezellige joodse wijk. Ook is hier een bezoek mogelijk aan Chella, een oude Romeinse nederzetting, en het archeologisch museum.

Dag 3 en 4 Rabat – Tanger – Chefchaouen
De volgende ochtend gaan we naar het prachtige mausoleum dat ter nagedachtenis aan koning Mohammed V in Rabat werd gebouwd. Er wordt continu gebeden naast zijn graf, maar het wisselen van de wacht trekt hier ook veel bekijks. Als je van vogels houdt moet je zeker de ‘Jardins d’Essai’ niet missen. Hier leven vele ooievaars en ibissen, die hun nesten hebben gebouwd op de ruïne van onder andere de minaretten van een oude moskee. We brengen ook een bezoek aan het koninklijk paleis van Rabat, zoals gezegd één van de vier koningssteden.
We rijden langs de prachtige kust door naar Tanger, via het plaatsje Asilah. Ook in Tanger overnachten we in een befaamd koloniaal hotel. De volgende morgen rijden we via Tétouan in de richting van Chefchaouen. We genieten enorm van de prachtige vergezichten in het Rif-gebergte. Net als Tétouan heeft Chefchaouen een duidelijk Spaanse uitstraling. Die is ontstaan in de tijd dat het gebied een protectoraat van Spanje was. Chefchaouen is prachtig tegen de bergen gelegen. De in de 15e eeuw door gevluchte moslims en joden gebouwde stad is eeuwenlang afgesloten gebleven van de buitenwereld en dit verklaart ook de unieke sfeer.

We maken een wandeling door de medina. Deze is minder toeristisch en weerspiegelt het van oorsprong multiculturele karakter van de stad: er is een Marokkaans, een Andalusisch, een Berber en een joods gedeelte, hoewel de verschillen tegenwoordig minder duidelijk zijn. Je komt veel textielbewerking tegen op een tocht door de stad: van tapijten tot djellaba’s.

Dag 5 t/m 7 Chefchaouen – Volubilis – Meknès – Fès
De volgende dag maken we een mooie bergwandeling onder begeleiding van een gids. We hebben schitterende uitzichten over de omgeving en brengen ook een bezoek aan een zeer gastvrije Berber-familie in de bergen.
De volgende dag trekken we verder door het Rif-gebergte en reizen via Volubilis, Moulay Idriss en Meknès naar Fès.
De Romeinse ruïnestad Volubilis lag vroeger in het centrum van een vruchtbaar landbouwgebied, vanwaar niet alleen koren en olijven werden uitgevoerd maar ook wilde dieren. In een aantal Romeinse villa’s bevinden zich hier nog prachtige mozaïeken.

Moulay Idriss is de heiligste plaats van Marokko en wordt ook wel het ‘Mekka van de armen’ genoemd, voor het geval moslims geen middelen hebben naar Mekka af te reizen. Tot 1912 was het niet-moslims helemaal niet toegestaan om Moulay Idriss te betreden. Nu mag het wel, maar een houten balk over de straat laat weten waar ‘christenen en lastdieren’ niet verder mogen gaan.
In Meknès, opnieuw een koningsstad, is vooral het prachtige mausoleum van sultan Moulay Ismail de belangrijkste bezienswaardigheid. De binnenhof heeft in het midden een fontein en de wanden en vloeren zijn bedekt met prachtige mozaïeken. Ook de enorme paardenstallen van Moulay Ismail zijn aan te bevelen.

Uiteindelijk komen we in de avond in Fès aan, de oudste koningsstad van Marokko en het religieuze centrum van het land.

Dag 8 en 9 Fès – Erfoud – Erg Chebbi-woestijn
De volgende dag gaan we naar het centrum van de stad. De enorme medina van Fès strekt zich uit over een heuvel. In het hoogstgelegen deel is de wijk van de pottenbakkers, lager liggen woon- en werkplaatsen van de leerlooiers en wolververs. De laatsten geven hun wijk letterlijk een kleurrijk aanzien, maar zijn ook op grote afstand te ruiken; nadat ze de strengen wol in enorme aardewerken kruiken geverfd hebben, hangen ze deze in de straten te drogen.

De medina in Fès is heel druk en gevarieerd. Je koopt er naast stoffen en kruiden bijvoorbeeld ook amuletten tegen het boze oog. We maken een wandeling met een gids door de medina en komen daarom op plaatsen waar je normaal niet komt, zoals een prachtige oude koranschool of een mooie vervallen moskee. We brengen ook nog een bezoek aan een hammam (badhuis) voor een grondige schoonmaakbeurt en ontspanning.

De volgende dag hebben we een lange maar schitterende tocht voor de boeg van Fès naar Erfoud over de Midden-Atlas. Je ziet goed hoe deze bergrug het klimaat aan beide zijden beïnvloedt: van een overwegend groene streek rijden we aan de andere kant van de kam een woestijnachtig gebied binnen.

We komen langs het bergdorp Azrou, waar Berbers leven van het hoeden van schapen en geiten. In de cederbossen bij Azrou hebben we een wandeling gemaakt en veel aapjes gezien die er in de bomen leven. Onderweg zijn we gaan lunchen in Midelt, een pleisterplaats met veel eetgelegenheden. Ook zagen we onderweg nomadententen.

Tegen de avond kwamen we midden in een zandstorm aan in Erfoud. De volgende dag maakten we een woestijnsafari. Met landrovers gingen we een stuk dieper de Erg Chebbi in. Dit is een kleine woestijn aan de rand van de Sahara, op de grens met Algerije. In de buurt van Merzouga zagen we een prachtige zonsondergang en aten we een echt Berber-diner in een bedoeïenentent.

Dag 10 en 11 Erg Chebbi-woestijn – Todra-kloof – Gorges du Dadès
We sliepen in de Erg Chebbi ook in bedoeïenententen, maar al vroeg in de ochtend stonden we op om de zon boven de zandduinen te zien oprijzen. Daarna reden we in een paar uur van Erfoud naar de beroemde Gorge du Todra. Het inslijtende water van een beekje heeft hier een indrukwekkende kloof gevormd. We hebben hier een wandeling gemaakt en ook een overnachting gehad in een hotel dat in de rotswand van de kloof is gebouwd. De volgende dag maken we hier opnieuw een mooie wandeling door het ruige landschap.

Dag 12 en 13 Gorges du Dadès – Ouarzazate – Zagora
Via de Gorges de Dadès rijden we naar het veel zuidelijker gelegen Zagora. We rijden daarbij door de Vallei van de Duizend Kashba’s. In deze groene vallei staan vele burchten waar we af en toe een stop maakten, zoals bij Ouarzazate. Sommige zijn nog bewoond, bij andere herinnert alleen een ruïne aan wat er ooit stond. Aan het eind van de middag komen we in Zagora aan. We zitten opnieuw aan de rand van de woestijn. Borden geven zelfs de weg naar Timboektoe aan.

We overnachten hier in een mooi hotel in een palmoase. Karakteristiek voor dit kleine stadje zijn de lemen huizen en het grote dorpsplein, waar het leven zich afspeelt. In traditionele ‘jalabiya’ gehulde mannen zitten hier in groepjes bij elkaar; je hoort onophoudelijk de dominostenen kletteren. Je kunt hier ook per kameel de woestijn intrekken.

Dag 14 en 15 Zagora – Marrakech
We nemen vandaag dezelfde weg weer terug naar het noordwesten en vertrekken vroeg voor de lange reis naar Marrakech, de vierde koningsstad op onze route. De tocht uit Zagora begint met een rit door de groene Vallei van de Draa, waar tientallen kashba’s te zien zijn. Ook hier zijn sommige nog bewoond. We bezoeken de befaamde kashba van Aït Benhaddou en we passeren de hoogste pas van het Atlas-gebergte, op 2160 meter, waar je een fenomenaal uitzicht hebt over de omgeving.

Uiteindelijk arriveren we laat in de middag in Marrakech.
Het plein Djemaa el-Fna is het hart van deze stad; ’s ochtends kun je er de meest kleurrijke markt van Marokko bezoeken, in de middag verandert het plein in een grote kermisattractie. Goochelaars, slangenbezweerders, waarzeggers en bedelaars mengen zich tussen de verkopers en bieden een fascinerend schouwspel. Dichtbij het plein staat de markante Koutoubia-moskee met een vierkante toren.

Verder kun je in Marrakech je hart ophalen aan de prachtige bouwkunst, die de ‘pasja’s’ hebben nagelaten, en diverse paleizen en kashba’s bekijken. Er zijn enkele mooie parken, zoals de Menara- en Agdaltuinen, om tot rust te komen.

Dag 16 t/m 18 Marrakech – Essaouira
Vanuit Marrakech rijden we naar het vissersplaatsje Essaouira, waar we drie overnachtingen zullen hebben. Eerst maken we vanuit Marrakech nog een kort uitstapje naar de bergen bij de stad.
Essaouira is echt een verademing na de vele warme dagen. De lekkere zeewind zorgt voor heerlijke verkoeling. Door de vesting met zijn witte huisjes, de talloze koffiehuizen en gezellige terrasjes doet dit stadje meer Portugees dan Marokkaans aan.

Aan zee liggen hier grote forten. Vroeger was Essaouira door speciale belastingregels namelijk een bloeiende handelsplaats. Later kreeg deze stad ook faam als badplaats. Je kunt hier ook erg lekker verse vis eten.

Dag 19 en 20 Essaouira – Casablanca – Amsterdam
Het einde van de reis is in zicht. De laatste dag van onze reis door Marokko rijden we van Essaouira naar Casablanca. Onderweg passeren we nog El-Jadida, bekend om de prachtige zandstranden en het oude Portugese gedeelte van de stad. In de namiddag komen we aan in Casablanca. Even na middernacht vliegen we weer terug naar Nederland.